Midden-Amerika voor digitale nomaden

Is Midden-Amerika een goede bestemming voor digitale nomaden? Dit jaar trok ik in vier maanden van Panama naar Mexico. Dit waren mijn ervaringen.

Laat ik beginnen met een disclaimer: het is een lastige klus om vier maanden reizen in een artikel samen te vatten. Ik wil geen enkele bestemming tekort doen, maar toch is dat onvermijdelijk. Ik heb immers niet alles gezien omdat er onderweg gewerkt moest worden. Evenmin ben ik een reisblogger.

Wat volgt is een verslag door de ogen van een simpele tekstschrijver die een woordje Spaans spreekt. Ik begin met algemene observaties en ervaringen, waarna ik per bezocht land mijn persoonlijke hoogtepunten, favoriete werkplekken en de dagelijkse kosten vermeld. Ook voeg ik foto’s bij. Om de bezochte locaties op een kaart te bekijken, klik je hier.

Accommodatie

Costa Rica en Panama zijn de duurste bestemmingen uit het rijtje, maar ook in Nicaragua kan een tweepersoonskamer behoorlijk aan de prijs zijn. Daarom wisselden we in deze landen tweepersoonskamers met literas (stapelbedden) in hostels af. Vanwege de laagste-prijsgarantie, de snelle bevestiging en de mobiele app, gebruikte ik altijd Booking.com om hotels te zoeken. In plaats van voor de allergoedkoopste accommodatie te gaan, sorteerde ik op rating en boekte ik vervolgens bij het hotelletje of hostel met de beste verhouding tussen prijs en kwaliteit.

Vervoer

In Midden-Amerika is de trein geen reële optie, maar geschiedt het openbaar vervoer per bus. Omdat de wegen over het algemeen niet zo denderend zijn, kan een rit die er op de kaart kort uitziet, ellenlang duren. Vanzelfsprekend word je in de duurdere vervoermiddelen omringd door toeristen die in korte tijd veel willen zien, terwijl je in de goedkopere (want langzamere) bussen tussen de locals en een enkele backpacker zit.

  • chicken buses: afgedankte Amerikaanse schoolbussen die stampvol zitten. Weinig beenruimte, geen airco. Leuk is dat er bij elke officiële halte verkopers aan boord stappen met snacks, groente en drinken. In Nicaragua zaten we bij korte afstanden vaak in de ‘kippenbus’ en troffen we zelfs de naamgevers van deze voertuigen aan boord.
  • minibusjes: deze rijden iets sneller rijden omdat de chauffeurs suïcidaal zijn. Ik heb doodsangsten uitgestaan omdat ze menigmaal inhaalden op het moment dat er een tegenligger aankwam. Ze vertrekken pas als ze stampvol zitten. Voor middellange afstanden, bijvoorbeeld tussen Granada en de León, was dit een goede optie.
  • touringcars met airconditioning die vrijwel zonder te stoppen naar de eindbestemming . De rit van Guatemala-Stad naar Flores in het noorden van het land (10 uur) genoten we met ADN.
  • shuttle-busjes: dit zijn vaak bedrijfjes die excursies organiseren en daarnaast relatief snelle ritten tussen toeristische hoogtepunten aanbieden. Van León in Nicaragua reden we met Gekko Trails Explorer dwars door Honduras en El Salvador naar eindbestemming Antigua in Guatemala. De dollemansrit van 15 uur had veel langer geduurd in een touringcar, om maar te zwijgen of langzamere vormen van transport. Je betaalt daar natuurlijk wel voor: $ 79 per persoon. Ook in Costa Rica heb ik geregeld zo’n sneller busje genomen, bijvoorbeeld met Interbus en Tropical Tours.

Eten en drinken

Verwacht geen culinaire hoogstandjes in Midden-Amerika. Van Panama tot Guatemala bestaat een maaltijd uit wat rijst, bonen, een plukje salade en een stuk vlees. Af en toe zit er de lokale variant van een mini-pannekoek of een bakbanaan bij. In Guatemala kwamen de Mexicaanse invloeden tevoorschijn en in Mexico was het eten pas echt lekker – en verrassend goedkoop. Uiteraard vind je overal internationale restaurants, maar als je geld wilt besparen en voor drie tot vier euro je maag wilt vullen, ben je op de lokale keuken aangewezen.

Veiligheid

Sensatiebeluste nieuwsberichten terzijde, heb ik me steeds veilig gevoeld in Midden-Amerika. De mensen zijn beleefd en geïnteresseerd in buitenlanders. De landen zijn backpackervriendelijk en mocht je Spaans nog op een laag pitje staan, dan kun je er redelijk met Engels rondkomen. Ik heb wel van blonde meisjes gehoord dat ze nageroepen worden op straat, maar dat kan je natuurlijk ook in Nederland overkomen.

Met een beetje gezond verstand verklein je de kans op problemen. Hier geldt net als overal ter wereld dat je beter met meerdere personen over straat kunt gaan en niet straalbezopen de held uit moet hangen op een plek waar je net aangekomen bent. En onthoud: “Nothing good ever happens after 2 AM.”

Panama

Gemiddelde dagelijkse uitgave: € 34,63 p.p.

In Panama ben ik alleen in Bocas del Toro geweest. Ik kwam uit Costa Rica en merkte meteen het verschil: overal zwerfvuil en de locals zijn er iets norser. De natuur is even weelderig als in Costa Rica en ook hier kom je kaaimannen, brulapen en luiaards tegen.

Bocas del Toro –en dat beseften we al toen we er waren– was het hoogtepunt van de reis. Niet het rommelige provincieplaatsje, maar het ongerepte eiland Bastimentos, waar Marta yogalessen mocht geven in ruil voor onderdak in Palmar Tent Lodge. Dit, beste lezer, is het paradijs op aarde. Je zit er direct aan een groot strand zonder andere hotels. Vul je dagen met kayakken over het spiegelgladde water tussen Bastimentos en Solarte, rode kikkers zoeken in de jungle, surfen, yoga of simpelweg met een goed boek in één van de hangmatten. Om 18:00 uur is het Happy Hour en om 19:00 uur is het voor $ 7 eten wat de pot schaft (ik ben er nooit teleurgesteld). De gasten die er verblijven zijn vrijwel zonder uitzondering maanden- of jarenlang op reis en vertellen de mooiste verhalen.

Let op: dit is een eco-hotel. Er is geen electriciteit en je moet op een voetpomp trappen om water uit de kraan te toveren. Maar dit maakt niet uit, want op 10 minuten afstand, aan de oostpunt van het strand, bevindt zich bar-restaurant Punta Lava, waar wifi en stopcontacten zijn. Weinig gasten ontdekken de trap naar boven, waar je het ideale digitalenomadenkantoor vindt, met uitzicht over het hele strand. Dit was mijn mooiste werkplek ooit, waar dan ook ter wereld.

In Panama heb ik wat geld kunnen besparen door tussen de middag empanadas te eten. Anders denk ik dat land net zo duur als –of een heel klein beetje goedkoper dan– Costa Rica is.

Costa Rica

Gemiddelde dagelijkse uitgave: € 38,26 p.p.

Costa Rica was qua natuur het mooiste land van de reis. Het lijkt soms net of je je in een dierentuin bevindt, maar dan wel een dierentuin met dampende vulkanen en eindeloze stranden. Over stranden gesproken: dat van Santa Teresa aan de Stille Oceaan was spectaculair. De golven rollen hier met militaire precisie binnen, wat het een perfecte plek maakt om te leren surfen. Ik verbleef in huis bij de Italianen Mónica en Svevo, die Casa Amapola runnen. Dit is mogelijk de goedkoopste plek met privékamers in het relatief dure dorp. Ik vond maar weinig geschikte werkplekken in dit surfdorp; de bar Kasava, met airco en wifi, is ongetwijfeld de beste.

Landinwaarts maakte het rustige plaatsje La Fortuna een goede indruk op me. Het ligt aan de voet van de actieve vulkaan Arenal. Overal waar je bent torent dit monster over je heen. Ik wandelde/klauterde zelf over de rand van de dichtbeboste vulkaan Cerro Chato, die een groene lagune in het midden verbergt. Na de zweterige klim was zwemmen in dit koele meertje een waar genot. Wat werkplekken betreft: in de lokale koffiebar zijn alleen krukken voorhanden. In het betaalbare Hotel La Fortuna had ik echter een grote kamer met een mooi bureau en de snelste wifi (12 Mbit/s) die ik in Costa Rica aantrof.

Costa Rica staat ook bekend als de duurste bestemming van Centraal-Amerika, en dat kan ik beamen. Ben je van plan om meerdere landen in de regio te bezoeken, dan raad ik je aan om hier te beginnen, zolang je nog genoeg geld ‘in de kas’ hebt.

Nicaragua

Gemiddelde dagelijkse uitgave: € 33,07 p.p.

Siguiente país; de volgende bestemming in onze reis door de Midden-Amerika was Nicaragua. Een Amerikaanse vriend die we in Thailand hadden leren kennen was actief in het verzet tegen de Amerikaanse invloeden van de jaren zeventig en drukte ons op het hart dat dit misschien wel het meest bijzondere land van onze reis zou zijn. Je merkt meteen dat dit land een stuk armer is dan Costa Rica, wat de pret van de locals niet lijkt te drukken.

Het koloniale Granada ligt direct aan het Meer van Nicaragua, zodat er in de namiddag een verkoelende bries door het zinderend hete stadje blaast. Voordat we gratis onderdak kregen in de gym/spa Pure dankzij Marta’s yogalessen, logeerden we in een enorme tweepersoonskamer in Hostal Amigos de la Casa Roja. De stad kent veel statige panden met paradijselijke binnenplaatsen; je waant je soms in een sobere versie van de Spaanse naamgenoot. Favoriete werkplekken: de koffiebars Espressionista en Café Las Flores. De mooiste binnenplaats vind je bij The Garden Café, maar het internet is zo traag dat je er gewoon ouderwets met je tafelgenoot mag praten. 😉

Isla de Ometepe bestaat uit twee aan elkaar ‘geplakte’ vulkanen en is een relaxte bestemming voor een eco-vakantie. Wij verbleven voor $ 35 per comfortabele bungalow per nacht in het wat afgelegen maar zeer sfeervolle Finca Mystica, waar zonne-energie het bier koud en het water stromend houdt. Heerlijk gegeten, geslapen en leuke uitstapjes gemaakt (kaaimannen gespot vanuit een kayak en op een paard naar een waterval geklommen). Neem alsjeblieft geen werk mee naar dit eiland, want het internet is er met een downloadsnelheid van 0,13 MB/s tenenkrommend en knarsetandend langzaam.

Het tweede koloniale stadje is León, waar het rond de Paasdagen –maar volgens de locals het hele jaar door– bloedheet was. Alleen ’s avonds was het er goed toeven, vooral omdat dit studentenstadje een keur aan bars heeft. León doet wat minder toeristisch aan dan Granada.

Bij nader inzien had ik er langer moeten blijven dan de twee nachten die we er waren, maar de bijna veertig graden joeg ons weg. In de relatieve koelte van koffiehoofdstad Matagalpa, die veel reizigers links laten liggen, kreeg ik meer werk gedaan en hadden we zo mogelijk een nóg authentiekere Nicaragua-ervaring. Bij hostel Ulap Yasica, op een halfuur lopen van het centrum, gingen we voor een stapelbed, was de familie zo aardig om ons een gloednieuwe dorm voor onszelf te geven: $ 8 per persoon per nacht.

Guatemala

Gemiddelde dagelijkse uitgave: € 32,76 p.p.

Van Nicaragua reed ik dwars door Honduras en El Salvador naar Antigua, de oude hoofdstad van Guatemala. Wat een mooi stadje. Alleen maar oude, koloniale laagbouw met af en toe een ruïne van een kerk (de stad heeft erg geleid onder aardbevingen). Een erg fotogenieke plek met, toegegeven, best wat toeristen. Maar dat stoorde mij niet – dat brengt juist faciliteiten mee die de laptopwerker kan waarderen: hippe koffiebars, redelijke internetverbindingen en genoeg bars om na een lange werkdag een biertje achterover te tikken. Mijn favoriet:

Als je ergens Spaans wilt leren, zou ik dat in Antigua doen. Het Guatemalteekse accent is zacht en voor $ 200 per week zit je met drie maaltijden per dag bij een gastgezin én krijg je privélessen Spaans. Reken maar dat je dan snel leert. Ook voor salsalessen is Antigua een goede plek. In de landen ten oosten van Guatemala was de salsa ver te zoeken, maar hier heb je voor omgerekend € 8 per uur privéles.

Na Antigua deden we het spectaculaire Meer van Atitlán aan, dat door dichtbeboste vulkanen wordt omringd. In het hippiedorp San Marcos de La Laguna sleten we een week in The Yoga Forest. Voor $ 200 per week krijg je een comfortabel bed in een bungalow met prachtig uitzicht over het meer, drie vegetarische maaltijden en twee yogalessen (niet verplicht) per dag. Iets te zweverige gasten daar naar mijn smaak, maar de yogalessen waren een zegen voor dit lange ‘computerlijf’. Over computers gesproken: als je al ergens wifi vindt, is die tergend traag. Slimmer is het om voor je wifi-behoefte een bootje naar de overkant te pakken (15 min. voor € 1,50), naar backpackerdorp San Pedro de La Laguna.

Een bezoek aan Tikal in het noorden van het land mocht niet ontbreken. Indrukwekkend hoe groot die Maya-tempels zijn en hoeveel monumenten er nog onder een grote laag bomen en struiken wachten om ‘opgegraven’ te worden. In het nabijgelegen Flores, op een eilandje in het Meer van Petén, was het goed toeven in een ruime kamer en op het terras van Casazul.

Mexico

Gemiddelde dagelijkse uitgave:€ 32,97 p.p.

Van het Guatemalteekse Flores pakten we een minibusje dwars door Belize, met als eindbestemming Bacalar, net over de grens met México. Hier is het Meer van de Zeven Kleuren de grootste attractie, maar voor mij was het Mexicaanse eten een evenzo grote attractie. Maar dat gold ook voor de betere faciliteiten (airco, winkelcentra, luxe bussen) in het land. Het voelde bijna als of ik thuiskwam. Het was in elk geval prettig om hier twee nachtjes uit te puffen van de lange busrit.

Tulum was de volgende bestemming. Het beroemde Maya-complex was gruwelijk toeristisch en aan Tikal kon het niet tippen, maar hier vingen we wel de eerste glimp op van de oogverblindend witte stranden van Yucatán. We bleven week hangen in het plaatsje zelf. Niet tussen de luxe resorts direct aan het strand, maar in het gezellige dorpje dat veel uitgaansgelegenheden en werkplekken biedt. Ik had wat schrijfcursussen verkocht, dus trakteerde ik ons op een iets luxere accommodatie, dat elke euro waard was: Casa Abanico.

Op Isla Mujeres zocht ik een oude ‘mastermind call buddy’ op. We besloten er ruim een week te blijven hangen. Het mag er dan erg toeristisch zijn, maar dan wel op een relaxte manier. Dit is ook de goedkoopste plek ter wereld om met walvishaaien te snorkelen – een onvergetelijke ervaring waar ik geen enkele foto van heb. In budgethotel María del Pilar zijn de kamers tot een blender aan toe van snufjes voorzien en is de wifi op het terras oké.

Conclusie

“Moet dat nou?” Dat is mijn reactie wanneer mensen me vragen waar ik het beter naar mijn zin had: in Thailand of in Midden-Amerika. Moeilijk te zeggen, mensen. In Thailand krijg je absoluut meer waar voor je geld: lekkerder eten, een eigen motortje, dagelijks een massage als je dat wil, en dat allemaal voor minder dan € 30 per dag.

Maar Midden-Amerika heeft haar eigen pluspunten. In de badplaatsen kun je ongegeneerd met je blote bast over straat (in Thailand doen alleen de Russen dat), publieke affectie is de normaalste zaak van de wereld, er is meer muziek en dans en –niet onbelangrijk– je staat dichter bij de locals. En dat geldt al helemaal als je Spaans praat.

Als oud-student toerisme (NHTV, Breda) heb ik in Midden-Amerika heel wat interessante dingen gezien. Costa Rica is mogelijk hét ecotoerisme-voorbeeld op aarde, maar in Nicaragua en Guatemala heb ik ook mooie, community-based initiatieven gezien. Hier gaan ze iets voorzichtiger te werk dan in het geldbeluste Thailand, waar de hotels en appartementen uit de grond worden gestampt.

In Thailand kom je (nog wel) meer laptopondernemers tegen. Digitale nomaden, om die modeterm er maar weer even tegenaan te smijten. Midden-Amerika loopt nog ver achter wat internet en coworking betreft, maar dat maakt het in natuurschoon en gastvrijheid ruimschoots goed. Ik keer er graag terug – er is nog zóveel te ontdekken.

Daarnaast hoeft het niet veel te kosten om naar Midden-Amerika te vliegen. Ons retourtje tussen Madrid en San José kostte maar € 400 bij Delta (gekocht in oktober, gevlogen in februari). Als jouw internetbehoeften niet te streng zijn, zou ik gewoon een ticket boeken.

6 reacties op “Midden-Amerika voor digitale nomaden

  1. Mooi verhaal André. Mooi om te lezen. Ikzelf ga dit jaar try-outen met werken en reizen tegelijkertijd. Hiervoor begin ik in Thailand omdat het daar ‘gewoon’ is. Midden-Amerika spreekt me echter ook enorm aan. Het enige wat me zou tegenhouden is dat ik de Spaanse taal niet spreek. Niet dat ik Thais spreek overigens! 😉

    • Goed bezig, Lodi. Thailand is een prima plek om te beginnen; lage kosten van levensonderhoud en snel internet. Dat je geen Spaans spreekt zou ik eerder als kans dan als uitdaging zien – dompel je helemaal onder in een land door een weekje (of twee) intensief Spaans te leren in bijvoorbeeld Guatemala. Dat zal een onvergetelijke ervaring zijn!

    • Wat betreft Midden-Amerika zou ik in Mexico beginnen! Zeker in bv. Mexico-Stad is er razendsnel internet, op elke hoek van de straat een koffiebar, het beste eten in heel Noord- en Midden-Amerika en als je er in het Spaans even niet uitkomt spreken veel jongeren Engels. Het is alleen wel wat duurder dan Thailand natuurlijk.

  2. Dag André,

    Ik kwam toevallig op je blog, leuk dat het lukt. Jammer dat je de rest van Panama hebt gemist. Ik woon en werk sinds vorig jaar in Panama City. Vanuit daar reis ik naar Costa Rica en telkens wat plaatsen in de omgeving (Colombia, Miami = budget tickets). Zo ongeveer als wat jij nu op Lanzarote doet, als ik het goed heb begrepen.

    Regelmatig verhuur ik mijn appartement voor 1 maand via AirBNB en bezoek dan andere plaatsen in Midden- Amerika en het zuiden van de VS. Dat is ook een manier om toch plaatsen te blijven zien.

    Het reizen op zich vermoeit me eerlijk gezegd meestal na een week of 3-4 wel. Ik las dat je daar ook last van had, lijkt me ook logisch.

    Succes ermee.
    Groeten
    Paul

  3. Meteen weer kriebels als ik dit lees! Al een aantal keer dit (mijn favoriete) deel van de wereld bezocht en van plan om weer terug te gaan zeer binnenkort.
    Zeker nu ik je cursus succesvol heb afgerond en mijn leven als locatie-onafhankelijke tekstschrijver van start kan gaan!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *